De hel in de hemel

de hel in de hemelAls een beschermend deken hangt een dichte mist tussen het nat groene gebladerte, het tapijt van fragiel kleine witte bloemen verbergt de ranken. Het is windstil, alsof de wereld de adem inhoudt, de natuur rust en bedwelmt mijn gemoed. Eindelijk zonder prikkels, ik zak door de knieën en zoen de vruchtbare humus, laaf me aan de zoete stille nectar van het leven. Heel even lijken de doden te zwijgen, de spoken slapen in hun muffe holen, ongeduldig wachtend op een moment onoplettendheid, zodat ze zonder toestemming de reinheid kunnen bezoedelen.

Het leven bruist door mijn aderen, gezuiverd, bevrijd van het rottende kwaad uit het verleden… genezen zijn de stinkende wonden. Tot het gedruis van een lijnvliegtuig me uit mijn serene zijn jaagt.

Waarom? Waar willen al die schichtige leeghoofden toch naartoe… altijd gehaast, altijd op zoek naar geluk in een dichte toekomst, een geluk waar ze de prijs nooit voor kunnen opbrengen. Hun noodlot, mijn kwelling.

In het vrij-van-mensenparadijs staat plots een muziekinstallatie tussen het kreupelhout, op het dikke tapijt, als een baken, een vuurtoren flikkerend tussen zichtbaar en verborgen achter razende stormwolken. Een rilling loopt over m’n rug, de wereld dendert in m’n oren. Mijn wereld , nog maar eens bevuild door de vruchten van de technologische vooruitgang. Uit onzichtbare luidsprekers galmt zacht de fluit van Yoshikazu Iwamoto. De mysterieuze melodie neemt me mee naar een andere stilte, als de pauze tussen elk geluid, weg van de vluchtige vlucht één-dimensionele doos vol holle gedrochten. Als een tweede kans grijp ik ze met alle armen waarover mijn geest beschikt… weg, weg, weg van alles wat lelijk en industrieel is.

Uit het niets verschijnen twee gedaanten in groene tunieken. “Wat doe jij hier!?” Bromt de oudste, met een grijze baard. “Dit is privé-terrein!!!” Zijn ogen scheuren mijn meditatieve dagdromen aan flarden. Ik wil blijven, moet ik vechten om stand te houden? Ik bal de vuisten, luister naar m’n hart dat kwaad tekeer gaat tot de jonge man met vriendelijke ogen tussen ons in komt staan. “Wat zoekt u hier? Wij hebben deze plaats gereinigd en zouden die ook zo willen houden…” Zijn ademhaling is rustig.
“Jullie hebben, ook al is het klein en kwetsbaar, een paradijs gecreëerd en ik ben jullie daar heel dankbaar voor… maar de kwelling veroorzaakt door de aanhoudende stroom vliegtuigen … heeft me gedwongen om muziek te spelen, ik wou enkel de stilte terugbrengen om alles weer goed te maken. Ik wil niets verstoren.”

De bebaarde man haalt diep en opgelucht adem, zijn gelaat ontdooit net zo snel als de voorjaarszon het ontkiemende groen uit het witte tapijt tovert. Hij neemt me in zijn armen en ik laat mijn verdriet vloeien. Ik huil om alle leugens waar ik me door heb laten verleiden,  de beheksingen die me ter plaatse hebben doen rond trappelen, elke traan wast de eenzaamheid uit m’n ziel. Zonder woorden troosten de beide mannen… en ik blijf huilen om al het verlies, de destructie die door de vooruitgang is veroorzaakt. Met de moed der wanhoop zoek ik naar de kracht om alle Columbussen van deze planeet naar de hel te verbannen… ik huil en huil uit solidariteit met alle verdwenen volkeren die uitgebuit en veroverd zijn geweest… tot ik ontwaak door het gedonder van de vliegende vooruitgang…

eind

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s