Zo vader, zo zoon

Like father, like sonErgens tussen verleden en het onbestaande, waar de grenzen telkens weer worden verlegd, onduidelijkheid vermengt zich met een leugen, als een stad verborgen in de mist, daarboven verheven zit ik aan het vuur. Gedragen door de klaarheid die me vleugels geeft, sta ik ergens verloren in tijd en ruimte, in een dimensie nooit voltooid. Een onvolmaakt, haast infantiel afgietsel van het archetype, waar hij zich als vader steeds heeft achter verborgen, staart me met afgrijzen aan. Hij tracht me te weerhouden om te doen wat gedaan moet worden, wat krom is redeneert hij wederom recht en wat duidelijk is bezoedelt hij met verzinsels. De kolerieke bijna-man dooft in paniek het wassende vuur onder de zwartgeblakerde ketel, de onrijpe ideeën verstoord. Zo is het en zo moet het blijven!!!
Het gietijzer straalt nog na wanneer m’n handen wanhopig naar het brouwsel, verborgen onder het zware deksel reiken. Ik had een remedie gekookt, maar de genezing was nog te rauw.
Het wazige figuur, verdwaalt zonder natuur, zijn woorden alle betekenis verloren, zonder bewijs tracht hij mij te overtuigen, holle frasen over redelijkheid, tot m’n zinnen komen, normaal doen, de realiteit onder ogen zien, voor het pensioen sparen… hij veroordeelt mijn doen en laten als onzinnig, fantastisch, waanzinnig, onnozel en ziek.
Onzinnig? Ik wacht als de droge kruiden aan de haak… ik heb de wereld afgereisd, alle zeeën bevaren, mijn antwoord is neen, ik geef me nooit meer over, ik ben niet meer te paaien. Ik ban zijn woorden, ik ben al zo lang geleden afgereisd en weet geen betekenis meer te geven aan zijn grote grijsheid, een muis in de fauteuil. Mijn verstand aan banden gelegd, mijn geest verruimd… de betekenis van het leven is de weg… weg van hem… ik weet… ik ban zijn conformistische woordenvloed en ontvang de stralingswarmte van de ketel, ze dringt via m’n handpalmen over m’n armen, schouders en borst naar binnen om zich net onder het middenrif te nestelen, te accumuleren, te groeien, te broeien. Zijn woorden drijven op de nevels uit mijn geest, dansend als giftige demonen verdwijnen ze in het grote niets, ze verdampen in de hitte die kolkt in mijn buik, om verpulverd weer uit te stralen, nu ben ik het die warmte schenkt. Het brouwsel gaat weer aan het pruttelen tot de fanatieke grijze man me gillend van angst en ongeloof een trap geeft… ik val in een diep donker nat, uitgeput en leeg, waarom heb jij mij verlaten… verraden… vergeten het recept dat ik zelfs met deze onmens had willen delen, weg zijn de inzichten die hem en al zijn lotgenoten hadden kunnen redden.
Een onmetelijke droefheid maakt zich meester van mijn geest, alles is wederom versleuteld, het boek weer gesloten, alles weer onwrikbaar vastgeroest, zonder liefde of geluk, alle mogelijkheden weer ontnomen, vooruitgang zwaait weer  de plak, openbaar en algemeen belang drukt weer op onze schouders, drukt ons plat tot we slechts als een vage herinnering nog enkel kunnen kruipen en bedelen voor aalmoezen van vadertje staat… het is weer tijd om naar huis te gaan, daar waar straks televisie en internet ons als een infuus voorziet van het lome gif… Alles weer leeg, hetzelfde, wanhopig lig ik in de mengeling van brouwsel en stof, modder kleeft aan mijn kille huid, weer een kans vergalt… ik wacht tot het besef me overvalt… ook dit vertelseltje is uit.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s