op m’n handen staan en springen deel 1

… De weg is geblokkeerd. Honderden voertuigen staan stil. De hitte in de auto is ondraaglijk, ik moet weg, vluchten is de enige uitweg wil ik hier niet koken in eigen nat. De lucht is zwaar van de uitlaat van de auto’s en vrachtwagens, hun airconditionings staan op volle toeren te draaien. Als wezenloze schapen wachten ze op verlossing, op redding die deze maal niet zal komen. Aan de kop van de file staan enkele voertuigen te branden, dan is de snelweg verlaten en ben ik alleen. Niemand volgt me, helemaal op mezelf aangewezen begin ik te lopen, de hitte stijgt uit het asfalt en dringt door de zolen van mijn schoenen, die haast lijken te smelten. Ik begin te zingen. “summertime isn’t easy..” Ik voel me verpletterd tussen hamer en aambeeld, de meedogenloze straling van de zon die me op de schouders hamert en de doordringende hitte die via m’n voeten en benen langzaam maar zeker naar m’n wanhopige hart stijgt. Ik hoor geen sirenes en wanneer ik over m’n schouder kijk zie ik niemand uit zijn voertuigen kruipen. Ik wandel verder, plots herinner ik me de afspraak… ik ben te laat, ik sleep m’n getergde lijf verder, de zon draait en zakt maar mindert niet in intensiteit. Zou hij op me wachten? Rechts verlaat ik de snelweg, volg een slingerend pad tussen stekelige cactussen en zet koers naar de rode heuvels aan de einder. Na vele uren halfblind door het zand te hebben gestrompeld zie ik eindelijk het witte hutje. Hij zit op een krakkemikkig bankje, ooit netjes wit geschilderd. Ik ben moe, maar durf niet naast hem te gaan zitten. Ik doe m’n mond open om me te verontschuldigen. Hij lacht. “Je bent perfect op tijd. Open je handen en beeld je in dat je de zon kan grijpen.” Ik draai me in de richting van de zon die al aan haar afdaling begonnen is. En kan ze nog enkel seconden grijpen voor ze volledig achter de heuvels verdwijnt. “Voel je het? Het is niet moeilijk. Maar dat ontgaat jullie snelle mensen, is het niet?” Ik voel de energie, het is alsof de zon mijn batterijen in enkele seconden weer helemaal heeft opgeladen. “Hoe is dat mogelijk? Zoiets heb ik nog nooit gevoeld, ik dacht dat ik elk moment had kunnen flauwvallen. Het enige dat me nu nog ontbreekt is wat water, ik zou een rivier kunnen leegdrinken.”

“Ja hoe is dat mogelijk? Dat kan jij nu nog niet begrijpen. Rivieren leegdrinken… ja daar zijn jullie goed in.” Antwoordt hij mysterieus terwijl hij me een zak aanbiedt. Het lauwwarme water in de zak smaakt naar geitenstal.

“Dank je.”

“Zo dan ben je klaar om te vertrekken.” Hij veert op als een kind van zeven en vangt de beklimming over een pad vol keien aan. Hij beweegt langzaam, ongeduldig zou ik hem willen voorbijsteken, maar een onzichtbaar energieveld lijkt me telkens terug te duwen als ik hem te dicht nader. Hij kijkt niet achterom en spreekt geen woord, ik heb geen flauw idee wat onze bestemming zou kunnen zijn. “Waar gaan we naartoe?”

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s