op m’n handen staan en springen deel 3

“Je spot maakt je blind en doof. Wanneer onder boven is en boven onder hoef je enkel jezelf om te draaien.”

Ik kijk naar mijn handen. “Ja, zet je handen op de grond, zo!” Hij raakt heel even de stoffige vloer en even later kijk ik hem recht in de ogen, maar zijn voeten hangen aan de zoldering terwijl ik gewoon op de grond sta. Ik buig me voorover, en even later sta ik naast hem in de bron te kijken. “Was toch niet zo moeilijk?”

“Moeilijk niet neen, maar wel onmogelijk.”

“Onmogelijk? Ben je klaar?” Hij geeft me een duw en ik val door stille water. Wanneer ik overeind kom sta ik blootsvoets in mals paars gras. Paars? Het licht is helder en sterk. Zonnestralen druppelen op duizenden fel gekleurde bloemen. Wat verder stroomt zacht een kardinaalrood beekje, gouden kikkers en zilveren vogels ontwaken, samen kwaken en zingen ze een opwekkende symfonie. Het gras onder m’n voeten maakt golvende bewegingen op maat van het gezang. Tijd heeft zijn betekenis verloren, als door een caleidoscoop kijk ik vrolijk om me heen als in een kleurenbad gedompeld. Ik kan geen wolkje bespeuren wanneer er plots vlokjes uit de hemel vallen, eerst langzaam dan steeds heviger en sneller. Zilver schitterende kristallen dwarrelen neer. De vlokken voelen vreemd droog aan. Droge sneeuw? Mijn benen beginnen te dansen als een kind op een onzichtbaar sneeuwtapijt. Ik ren, de vlokken verblinden me, langzaam raakt alles verzadigd van de vlokken. Vreemde dingen gebeuren hier! De storm neemt apocalyptische proporties aan wanneer ik blind door de gulzige bloemen, acrobatische struiken en plastische bomen ren. Ik heb alle zin voor werkelijkheid verloren. Eindeloos zwerf ik doelloos door de tuin tot ik een vage schim in de verte kan ontwaren. Een oude vrouw wenkt me om naast haar te komen zitten. Haar eeuwenoude gerimpelde grimas maakt me onzeker, maar haar stem zo vriendelijk overtuigt me m’n weerzin te overwinnen. Aarzelend vraag ik of zij de droge sneeuw ook kan zien. Ze lacht. “Natuurlijk zie ik de sneeuw.”

“Dus de sneeuw is echt? Waarom is hij dan niet nat? Waarom verdwijnen de vlokken als ze de grond raken? Of is het geen echte sneeuw?”

“Je vergist je jonge man, de vlokken zijn daar, voor jou is het sneeuw… de vlokken zijn daar en vanaf nu zullen ze daar altijd zijn.”

Ik voel me nog meer verward, ik kan er geen touw aan vastknopen. “Waarom kan ik dit niet begrijpen? Waarom kan ik de oude indiaan maar niet begrijpen. Iedereen spreekt in raadsels, al wat ik zie tart de wetten van de fysica.”

“De vlokken zijn echt, net zo echt als jij en ik. Maar de vlokken zijn er niet voor jou, maar door jou. Ze hebben hun plaats gevonden dankzij jou.

“Dit wordt er niet beter op, hoe meer jullie vertellen des te minder ik ervan begrijp. Waar zijn die vlokken van gemaakt? Ze zijn zeker niet uit bevroren water. Al wat hier gebeurt is onmogelijk. Water hangt niet aan de zoldering. Het lijkt op radioactieve fall-out.” Angst slaat me om het hart, moet ik schuilen onder een witgeschilderde tafel?

Ze lacht net zo raadselachtig als de vorige keer. “Het is sterrenstof, een cadeau van jou aan de tuin. En daar zijn we je allen dankbaar voor. Alle energie, die de witte man van de aarde heeft gestolen, brutaal gulzig en totaal onnodig dringt nu weer in het land. Dankzij jou kan het weer terugkeren. Maar het kan enkel weer vallen wanneer het kan voeden daar waar het nodig is. Jij kan het land weer klaar maken. Overal waar jij gaat zal het land klaar zijn om het te ontvangen. Ga, de tuin is klaar om je te ontvangen.”

summer 1978

Zonder de betekenis van haar woorden te kunnen doorgronden voel ik me onbeschrijflijk gelukkig. “Je bent een goede mens en om je te bedanken zal ik je terug leiden naar de bovenwereld.” Samen lopen we tot bij een grote regenboog. “Kijk je hoeft enkel door de boog te stappen en je bent weer thuis.” Ik steek mijn hand uit om haar te bedanken maar ze is plots verdwenen. Onder de regenboog wordt ik bedolven door nog meer zilveren vlokken, die mysterieus aan me blijven kleven. Ik wrijf het stof uit m’n ogen en zit weer naast de indiaan aan een kampvuur. “Man wat was dat allemaal?”

“Dat mijn jonge vriend is de kern van het bestaan, alle waarheid zit erin opgeborgen en ook al zullen de wonden nooit helemaal genezen, ze zal je vanaf dit moment altijd en overal volgen zolang je trouw aan haar blijft. Doe je dat niet dan sta je er terug alleen voor”

“Wie is zij, en hoe moet ik weten hoe haar trouw te blijven?

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s